Omschrijving
Ballarò is de oudste historische markt van Palermo, in het hart van de Albergheria. Elke dag beslaat hij de straten van piazza Casa Professa tot aan de bastions van corso Tukory, richting Porta Sant'Agata: opeengepakte kraampjes, houten kistjes op het asfalt, kleuren en geuren overal.
Ballarò hoor je nog voor je het ziet. De verkopers schreeuwen, galmen en roepen in hun kleurrijkste dialect: dat zijn de abbanniate, de soundtrack van de markt. Elk product is het lekkerst en het goedkoopst, en de voorbijganger wordt uitgenodigd dat te geloven.
Je komt hier voor de vroege oogst van het platteland rond Palermo: groente en fruit van het seizoen, maar ook vlees en vis. De markt is vooral een voedselmarkt, maar tussen de kramen vind je ook wat voor het huishouden, de keuken en het schoonmaken.
De tweede reden om te komen is het streetfood, ter plekke gebakken. Mis de panelle niet, beignets van kikkererwtenmeel, en de aardappelkroketten, die de Palermitanen ook cazzilli noemen. Verder gekookte of gebakken uien, gekookte groenten, octopus.
Voor de durfals is er quarume, kalfsinnereien, en het beroemde broodje met meusa, gemaakt met milt. Het zijn oude gerechten uit de Palermitaanse keuken, die je hier zonder omhaal eet.
Ballarò is niet de enige historische markt van de stad: Vucciria, Capo, Lattarini en de Vlooienmarkt houden hem gezelschap. Maar hij is de oudste, elke dag bezocht door honderden mensen.
Waar komt die naam vandaan? Niemand weet het zeker. Misschien van Bahlara, een dorp bij Monreale waar de Arabische kooplieden vandaan kwamen, of van een “spiegelmarkt” in het Arabisch.
Anderen koppelen hem aan een kapitein van koning Ferdinand II van Aragón in de vijftiende eeuw, of aan een familie Ballarò, die namens de koning een deel van de verkoop van voedingsmiddelen inde.
Ballarò hoor je nog voor je het ziet. De verkopers schreeuwen, galmen en roepen in hun kleurrijkste dialect: dat zijn de abbanniate, de soundtrack van de markt. Elk product is het lekkerst en het goedkoopst, en de voorbijganger wordt uitgenodigd dat te geloven.
Je komt hier voor de vroege oogst van het platteland rond Palermo: groente en fruit van het seizoen, maar ook vlees en vis. De markt is vooral een voedselmarkt, maar tussen de kramen vind je ook wat voor het huishouden, de keuken en het schoonmaken.
De tweede reden om te komen is het streetfood, ter plekke gebakken. Mis de panelle niet, beignets van kikkererwtenmeel, en de aardappelkroketten, die de Palermitanen ook cazzilli noemen. Verder gekookte of gebakken uien, gekookte groenten, octopus.
Voor de durfals is er quarume, kalfsinnereien, en het beroemde broodje met meusa, gemaakt met milt. Het zijn oude gerechten uit de Palermitaanse keuken, die je hier zonder omhaal eet.
Ballarò is niet de enige historische markt van de stad: Vucciria, Capo, Lattarini en de Vlooienmarkt houden hem gezelschap. Maar hij is de oudste, elke dag bezocht door honderden mensen.
Waar komt die naam vandaan? Niemand weet het zeker. Misschien van Bahlara, een dorp bij Monreale waar de Arabische kooplieden vandaan kwamen, of van een “spiegelmarkt” in het Arabisch.
Anderen koppelen hem aan een kapitein van koning Ferdinand II van Aragón in de vijftiende eeuw, of aan een familie Ballarò, die namens de koning een deel van de verkoop van voedingsmiddelen inde.